skip to Main Content

 

 

Toen en nu 

De snaveldokter staat symbool voor De pest. We onderzoeken de tijd van de pest, hoe was het voor de mensen toen en hoe kijken we er nu op terug?

Een pestmeester of snaveldokter was een door de plaatselijke overheid aangestelde functionaris die pestlijders verzorgde. Hij deed vooral dienst in tijden van epidemieën.

De pest, ook wel Zwarte Dood genoemd, is een ziekte die van de 14e tot de 19e eeuw in Europa veelvuldig voorkwam en enorme aantallen slachtoffers maakte. In eerste instantie werden de zieken door gewone artsen behandeld, maar tegen de ziekte was geen kruid gewassen. Er werden in sommige jaren zoveel mensen ziek dat men speciale pestmeesters aanstelde. Deze pestmeesters waren vooral actief als zich een epidemie voordeed. Het was niet eenvoudig om pestmeesters te vinden, niet veel mensen waren bereid om voor een karig loon hun leven in de waagschaal te stellen.

De pestmeesters bezochten de zieken om te zien of ze getroffen waren door de pest. Hun taak was vooral de pestlijders te isoleren, zodat ze anderen niet konden besmetten. De behandelingen van de pestmeesters stelden meestal niet veel voor.

 

Een pestmeester wordt na 1600 vaak afgebeeld in speciale bescherming biedende kleding die bestond uit een hoed, een masker met kijkgaten, een houten stok om zieken te kunnen onderzoeken zonder ze aan te raken, grote leren handschoenen, lange leren laarzen en een lange leren of geïmpregneerde cape.[1]

Het snavelachtige masker zou gevuld zijn geweest met kruiden en specerijen om de lucht te zuiveren omdat men dacht dat de pest zich door de lucht verspreidde. Hoewel builenpestbesmetting van mens tot mens niet mogelijk is (tenzij door een vlo), kan de kleding de pestmeesters wel beschermd hebben – de volledige bedekking zorgde er ook voor dat vlooien niet op de pestmeester konden springen. Bij andere varianten, zoals longpest, is besmetting door middel van hoesten of niezen wel mogelijk, maar ook daar kan de kleding enige bescherming hebben geboden.[2]

Erwin Olaf, een bekende fotograaf, heeft een bijzonder kunstwerk gemaakt over de tijd van de pest. Deze hangt in Museum de Lakenhal. Dit kunstwerk zie je hiernaast. 

Bekijk de afbeelding nog eens goed: zie jij op deze afbeelding snaveldokters? 

Over het kunstwerk: ‘Liberty’ – pest en honger tijdens Leidens Beleg, 2011, Erwin Olaf. Collectie Museum De Lakenhal.

Erwin Olaf wijdde dit historiestuk aan het Beleg en Ontzet van Leiden (1574). Olaf koos ervoor de dramatische laatste dagen van het Beleg te verbeelden, met op de achtergrond de belofte van bevrijding door de geuzen. Traditiegetrouw speelt de honger een hoofdrol in het verhaal van het Leidens Beleg en Ontzet, maar ook de pest krijgt in het werk van Olaf een belangrijke plek.

Het verhaal achter het werk:

Tijdens het Beleg van Leiden aan het einde van de 16e eeuw kwamen ruim 6000 mensen om, bijna de helft van de toenmalige bevolking. In veel verbeeldingen van deze periode staat Burgemeester Van der Werff centraal, die volgens de overlevering na een rel zou hebben gezegd: “Eten heb ik niet, maar ik weet dat ik eens moet sterven. Als gij dan door mijn dood geholpen zijt, slaat de handen aan dit lichaam, snijdt het in stukken en deel het uit zo ver als mogelijk is. Ik ben dan getroost”. Deze gebeurtenis, waarvan het waarheidsgehalte betwijfeld wordt, is bekend geworden (en door diverse schilders uitgebeeld) als ‘de zelfopoffering van burgemeester Van der Werff’. In deze foto, één van de eerste kunstenaarsopdrachten die Museum De Lakenhal uitvaardigde, pakt Erwin Olaf het anders aan. Gevoed door informatie uit het museum, de traditie van geschilderde historiestukken en nieuwe wetenschappelijke gegevens over de (waarderings)geschiedenis van het Beleg en Ontzet, ging Olaf groots, als in een filmregie, te werk. Burgemeester Van der Werff werd door Olaf op het tweede plan gezet, om ruimte te maken voor bevelhebber Jan van de Does, diens neef Jacob van der Does en stadssecretaris Jan van Hout, wiens heldenrol in het verleden te vaak onderbelicht bleef. In de flanken van het beeld plaatste Olaf twee jonge vrouwen: rechts Magdalena Moons, de geliefde van de Spaanse legeraanvoerder Valdés, en links de godin Minerva, symbool van de in 1575 opgerichte Leidse universiteit. Veel attributen die je ziet op de foto, zijn afkomstig uit de collectie van Museum De Lakenhal. De modellen zijn voor het merendeel Leidse burgers die door de kunstenaar hoogstpersoonlijk werden gecast.

Het Leids Beleg en Ontzet is voor Leidenaren nog steeds een dag waarop de vrijheid uitbundig wordt gevierd. Dit werk laat de kracht en standvastigheid van de Leidenaren zien die zich in een tijd van oorlog niet overgaven aan de Spaanse overheersing om hun vrijheid te bevechten. 

Erwin Olaf (Hilversum, 1959) groeide op in Hilversum en volgde de School voor Journalistiek in Utrecht. Na zijn afstuderen richtte hij zich kort op documentairefotografie. Hij verkoos echter niet veel later de geënsceneerde fotografie, omdat hij daar het beeld volledig naar zijn hand kon zetten. In de jaren ’80 maakte Olaf vooral foto’s van het nachtleven in Amsterdam. Hij had opdrachten bij onder andere Louis Vuitton, Vogue, het Stedelijk Museum Amsterdam, het Rijksmuseum en vele andere bekende organisaties. Erwin Olaf werkt in Amsterdam en is naast zijn werk als fotograaf een bekende voorvechter van homo emancipatie. 

 

 

 Bekijk de video hoe dit kunstwerk is gemaakt

Bronnen:

https://nl.wikipedia.org/wiki/Pestmeester

https://youtube

Back To Top